Na de Tweede Wereldoorlog werd een aantal Nederlanders ter dood veroordeeld wegens hulp aan de bezetter. De twee bekendsten waren Anton Mussert en Max Blokzijl. Mussert was oprichter (1931) en leider van de Nationaal-Socialistische Beweging (NSB). Blokzijl was tijdens de oorlog de belangrijkste radiopropagandist van de NSB.
Bij de verkiezingen voor de Provinciale Staten in 1935 behaalde de NSB 8% van de stemmen. Twee jaar later liep haar aanhang bij de verkiezingen voor de Tweede Kamer terug tot 4,2%. Na de Duitse inval toonde de NSB zich bereid tot samenwerking met de Duitsers. Ongeveer twintigduizend nieuwe leden sloten zich bij de NSB aan.
Naast de meer algemene kenmerken vertonen de fascistische partijen ook onderlinge verschillen. In deze Internet-oefening kun je onderzoeken in hoeverre je de NSB een fascistische partij kunt noemen. Door dit onderzoek kun je je kennis vergroten van de partij die tijdens de Tweede Wereldoorlog tienduizenden landgenoten ertoe bracht steun te verlenen aan de Duitse bezetters.

OPDRACHT
In het historisch overzicht tref je kenmerken van het fascisme aan. Toets die kenmerken aan de bronnen over de NSB op de website van NijghVersluys. Uitgangspunt is de hoofdvraag: hoe fascistisch was de NSB?
In een schoolboek is het aantal bronnen per opdracht altijd beperkt. Op de website vind je meer bronnen dan je in de beperkte tijd die je hebt staat grondig kunt raadplegen. Je zult na een korte inventarisatie de geschiktste bronnen met het oog op de vraagstelling moeten selecteren. Ga daarbij als volgt te werk:
Inventariseer eerst welke bronnen je ter beschikking staan. Orden deze bronnen vervolgens in volgorde van je voorkeur met het oog op de vraagstelling. Geef aan waarom je tot die voorkeur bent gekomen.
Pas op de door jou meest geschikt geachte bronnen de volgende vraag toe: Welke kenmerken van het fascisme (blz. 36-38) tref je in deze bronnen aan?
Nu je hebt nagegaan welke kenmerken van het fascisme in de voorgaande bronnen zijn te vinden, moet je nog de waarde van deze bronnen bepalen:
A Vind je alle bronnen representatief voor het denken binnen de NSB? Of heb je twijfels bij een of meer van deze bronnen?
B Heb je redenen om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van een of meer van deze bronnen? Zo ja, geef aan waarom je twijfelt. Bedenk dat je de betrouwbaarheid onderzoekt in verband met de vraag welke kenmerken van het fascisme je bij de NSB kunt aantreffen.
Tel tenslotte alle gegevens die je hebt verzameld bij elkaar op en verwerk deze in een eigen interpretatie:
Controleer alle gegevens die je naar aanleiding van vraag 2 hebt verzameld. Ben je op gegevens gestuit die met elkaar in strijd zijn? Zo ja, welke? Kun je er een verklaring voor bedenken?
Ook is het mogelijk dat je in de bronnen gegevens hebt aangetroffen die in strijd zijn met de kenmerken van het fascisme. Noem deze gegevens in je conclusie.
Ga na of je bepaalde kenmerken van het fascisme niet in de NSB-bronnen hebt aangetroffen. Vermeld deze.
Sluit je onderzoek af met het geven van je antwoord op de vraag: Hoe fascistisch was de NSB? Houd hierbij rekening met de antwoorden die je hebt gegeven bij 3.